Stichting Jacques van Mourik GALERIE Home HOME Galerie gALERIE Actueel ACTUEEL Contact en links CONTACT Over de Stichting stichting Historie HISTORIE

14 mei 2016 was de officiële opening van de zomerexpositie van de Stichting JvM met de titel ‘Van Noord naar Zuid en VICE VERSA’ in het Gemeentehuis in Mook.

De Stichting Petrus Wolfs uit Eijsden (L) stelde een selectie van haar kunstwerken ter beschikking voor deze expositie. Er waren werken van Petrus Wolfs, Sjef Hutschemakers, Stan Spauwen, Herman Hollewand, Guy Olivier, Rob Brouwers e.a. De Stichting Petrus Wolfs werd in 1986 opgericht ter nagedachtenis aan de veelzijdige kunstenaar Petrus Wolfs (1902-1982)

 Julia van Verschuer is op 27 mei 2016

op 90-jarige leeftijd overleden in haar huis op de Jansberg in Milsbeek

Ze was een dochter van baron van Verschuer uit zijn tweede huwelijk, met Marie Cox. Marie Cox was eerder getrouwd met Jacques van Mourik. Julia was een halfzus van Itie Gerrits-van Mourik;

Julia van Verschuer was een prominent lid van de Plasmolense Kunstenaars kolonie en zij heeft de Stichting Jacques van Mourik jarenlang daadwerkelijk gesteund met haar kennis en haar mooie kunstwerken die ze aan de stichting geschonken heeft.


36d.jpg 132d.jpg 131d.jpeg

http://www.juliavanverschuer.nl

In november 2016 kreeg de stichting een schilderijtje geschonken door Amarentia Oswald.


Het schilderij is voor Amarentia persoonlijk gemaakt en zij mocht zelf het onderwerp bepalen. Ze koos voor paarden en bloeiende bomen. Amarentia  -en haar zus Carmen en hun broer - hebben Jacques van Mourik persoonlijk goed gekend en hun moeder stond vaak model voor de schilder. Ze is o.a. afgebeeld op het schilderij ‘Lentejool’, dat nu in het Gemeentehuis in Mook hangt.

Carmen Verheggen heeft ook al schenkingen gedaan en werkt nu als vrijwilliger voor de stichting.



Dit schilderijtje bleek later een studie voor het werk dat recentelijk opgedoken is op Curaçao!

Op 26 juli 2016 Ontving de stichting een mail uit Curaçao over een schilderij van Van Mourik!



 

Geachte mevrouw Pinckers,


Meteen maar met de deur in huis vallende: Rien te Hennepe, beeldhouwer hier op Curaçao, heeft de signatuur van een voor ons jarenlang onbekend schilder geïdentificeerd! Het is een Jacques van Mourik (zie bijlage). Ik heb er een blog aan gewijd dat komende woensdag 3 augustus wordt gepubliceerd op de website van uitgeverij Lambo.Te Hennepe vergeleek ons signatuur en stijl met een werk van Van Mourik dat uw stichting toebehoort. Graag zou ik gegevens van dit werk op de blog onder de afbeelding plaatsen, dus de titel, de afmetingen en het jaartal. Uiteraard laat ik de naam van uw stichting bij het onderschrift vermelden.


Met vriendelijke groet,

Julie Hengeveld Kunsthistoricus en bestuurslid Het Curacaosch Museum

Curaçao


153d.JPG 19d.JPG

Link: https://blog.lambo.nl/ 3 augustus 2016 door Julie Hengeveld

“De Curaçaose grot van Ali Baba deel II- Over de vermeende van Gogh

215d.jpg IMG_7081.PNG IMG_7082.PNG

Artikel van Julie Hengeveld in het Antilliaans Dagblad van 29 december over de vondst van de ‘Van Gogh’ die een ‘Van Mourik’ bleek te zijn!

En nog weer later vond Ietje Pinckers nog een oude zwart-wit foto (uit het bezit van Jacques van Mourik) van het originele schilderij…  

 

Nel Linssen-Martens overleed op 1 augustus 2016 in Nijmegen. Nel werd in 1935 geboren in Molenhoek (gemeente Mook). Haar ouders waren eigenaar van hotel-café Heumense Molen. Daar kwamen destijds regelmatig kunstenaars over de vloer zoals schrijver, dichter en overbuurman Louis de Bourbon. Via hem kwam zij in contact met schilder-graficus Chris le Roy die deel uit maakte van de Plasmolense kunstenaarsgroep. Nel kreeg al vroeg tekenles van Le Roy en later ging ze naar de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem waar ze in 1956 afstudeerde.

Nel maakte aanvankelijk nog figuratieve wandkleden, maar kwam met later textiel werk tot een - heel ingetogen - geometrisch abstracte stijl.  

Sinds 1986 ontwikkelde ze zich vooral als sieradenontwerpster. Ze werkte in een minimalistische stijl vol ritmes en structuren, gebaseerd op vouwen. Elk sieraad werd met de hand gemaakt van industrieel vervaardigd papier, soms geplastificeerd voor het verkrijgen van bepaalde effecten.

Behalve dat veel werk van Nel zich in Publieke collecties bevindt, zowel in Nederland als in het buitenland, heeft zij in 1994 de Honourable Mention Design Award van Rotterdam, in 2001 de Karel de Grote-prijs van Nijmegen en de Bayerische Staatspreis van München gekregen.

























 




In september 2011 had Nel Linssen een expositie bij de Stichting Jacques van Mourik, in het Gemeentehuis in Mook. Nel was een bevlogen en inspirerend kunstenaar en tijdens deze expositie konden bezoekers niet alleen haar werk bekijken, maar gaf ze hen daar hoogstpersoonlijk uitleg over haar werkwijze.


In het herfstnummer 2011 van het Blad Topic schreef Ietje Pinckers-Van Roosmalen van de Stichting Jacques van Mourik een artikel over Nel Linssen-Martens en haar jongere broer Karel Martens (1939 Molenhoek). Karel Martens is typograaf, met een enorm gevoel voor structuur, lijnenspel, kleur, dezelfde eigenschappen die je ook in het werk van Nel aantreft.  

Ietje Pinckers schreef over de frappante stijlovereenkomsten tussen het tweedimensionale werk van Karel Martens en het driedimensionale van zijn zus Nel.

In 2014 organiseerde Museum Het Valkhof een overzichtstentoonstelling van haar werk en in 2015 schonk Nel honderd van haar papieren sieraden aan dit museum.

Rob Cox, 13 maart 1936 - 3 januari 2018

graficus, typograaf en drukker van bibliofiele boeken



Rob Cox was de oudste zoon van de jongste zoon Peter Cox 1912-1985, kunstschilder en graficus,  van Gerard Cox sr.1865-1931 de schaapjesschilder die zulke prachtige pastels maakten.

Rob won in 1959 de aanmoedigingsprijs van de gemeente Eindhoven voor zijn werk als graficus.

Vanaf 1980 legde hij zich vooral toe op de kunst van het bibliofiele drukken. Hij krijgt veel opdrachten als typograaf en drukker vanwege de perfectie waarmee hij werkte. Zijn werken bevinden zich behalve bij particulieren bij verschillende gerenommeerde bibliotheken en musea.

Rob voelde zich vooral een “Artisan”, een ambachtsman.


In 2001 was hij één van de 36 deelnemende kunstenaars van 5 generaties kunstenaars van de grote Cox familie bij Stichting Jacques van Mourik. In 2010 exposeerde hij andermaal samen met zijn grootvader Gerard Cox in het Franz Pfannerhuis in Arcen.


“Ik kan etsen afdrukken met witte handschoentjes aan zonder dat ze vuil worden”

was één van de uitspraken van Rob Cox

Anky Wolters- van der Werff onderscheiden tot

Ridder in de Orde van Oranje Nassau



‘Onze’ Anky heeft een koninklijke onderscheiding gekregen en is door de koning benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Zoals altijd moet zo’n aanvraag zeer tijdig en stiekem in orde gemaakt worden, maar als het dan lukt, zijn we blij voor haar én voor onze stichting. Vooral hoe ze naar de feestlocatie is gelokt was spectaculair.

Waarom zijn óók wij zo trots op haar? Ten eerste omdat zij bij onze stichting al zolang vrijwilliger is, maar ook omdat ze zich zo breed heeft ingezet bij de vele organisaties in haar eigen gemeente en in Nijmegen.

Even een greep uit de diverse ‘klussen’ die ze gedaan heeft en nog doet.

Bestuurslid van de oudervereniging BS in Mook, actief bij de binnen-en buitenschoolse activiteiten, bestuurslid van de EHBO Mook, secretaris kerkbestuur, actief voor de Kerkbalans en Vastenactie, lid van de ‘Kerktuingroep’, bestuurslid van Stichting de Grenssteen, vrijwilliger bij museum het Valkhof. Bij de vele activiteiten kwam en komt haar achtergrond als historica goed van pas. Ze schreef en schrijft artikelen over diverse items waarvoor ze veel onderzoek voor moest doen. Al met al wordt dit verhaal te lang, zoveel heeft ze gedaan en betekend voor organisaties en mensen. Teveel om op te noemen!

Wij zijn in ieder geval blij dat zij tot ons vrijwilligerscorps behoord. Terecht dat de Koning haar inzet beloond heeft!


Privacy privacy

Weer een schilderij van Jacques van Mourik terug uit Canada, via Texas!


Via deze link vindt u een uitgebreide versie van onderstaand en nog meer informatie.

                            


Begin april 2018 ontving Ietje Pinckers een bericht van de Canadees Robert B. (Bob) Leckie (geboren in Canada, 1948), nu wonende te Texas. Hij kwam met een opmerkelijk verhaal…


Zijn vader, Robert Garnet Leckie (1913-1995), diende tijdens de Tweede Wereldoorlog onder meer in Nederland. Hij was luitenant in dienst van de  Royal  Canadian Army en in september 1944 tot april-mei 1945 als ‘sound ranger’(= geluids-meter) ingedeeld bij de Canadian  Artillery (=geschutsonderdeel van een leger ter bescherming van de infanterie (= soldaten te voet in  de frontlinie). Met een troepenschip was hij naar Engeland gevaren. Daarna vloog hij over de Atlantische Oceaan en terug naar Noord-Afrika. Hij vervolgde zijn reis naar Italië en langs Rome verder noordwaarts. Na D-Day (6 juni 1944) kwam hij weer naar Engeland en van daar naar Nederland.


In het voorjaar van 1945 trok het legeronderdeel  van Robert Garnet Leckie vanuit Grave en Nijmegen naar Mook – Gennep om die weg vrij te maken en daarna Duitsland in te trekken. Een beroemde Canadese dichter, Earle Birney (1904-1995) zat tijdens de Tweede Wereldoorlog eveneens in het Canadese leger. Hij schreef in deze jaren een gedicht en noemde het: “The Road to Nijmegen”. (“De weg naar Nijmegen”).

Juist in het grensgebied van het  Reichswald hadden de Duitsers zware defensieve troepen gelegerd. Het werden hevige gevechten waarbij in Mook en Middelaar bijna geen steen op de andere bleef. In het prachtige natuurgebied rond de Jansberg in Plasmolen werden alle bomen vernield, langs de hele grens tot aan Venlo toe bleek later!  

In september 1944 hadden de inwoners van Mook en Middelaar voor het oorlogsgeweld moeten vluchten en met hen de kunstenaars in Plasmolen. Alles moesten ze achterlaten en voor degenen die te voet (!) naar Groningen of Friesland (zoals Jacques van Mourik en zijn dochter Itie) trokken moet het een barre tocht geweest zijn. Van de schilderijen die zij bij hun thuiskomst in april 1945 terugvonden, dreven er veel in de meertjes rond.



Verborgen mijnen vormden voor de geallieerde troepen een extra gevaar en de alom aanwezige modder maakte het er niet gemakkelijker op. Verhalen van ooggetuigen vermelden ieder voor zich, dat het vanaf de jaarwisseling flink had gevroren, maar dat begin februari de dooi inviel en wegen welhaast onbegaanbaar werden. Later traden ook nog de rivieren Maas en Waal buiten hun oevers. Ondanks alle narigheid zetten de Canadezen hun offensief van Nijmegen naar Kleef en in de omgeving Reichswald- Plasmolen voort.


In die voorjaarsweken  deed luitenant Leckie in zijn functie van ‘sound ranger’ in het ‘niemandsland ‘ zijn werk. Hij nam geluid op met 4 microfoons die verbonden waren met een “4-pen chart recorder” (= grafiek-weergever), een registreertoestel met 4 pennen. Dit was in de Tweede Wereldoorlog een technologische methode. Als er vijandelijk geschut afging stelde de vertraging van het geluid tussen de microfoons de geluids-meter in staat, de locatie van dat vijandelijke geschut te berekenen. Daarna probeerde de eigen artillerie dat geschut uit te schakelen.  


Omdat hij zich vooraan bij de gevechtsgrenzen bevond, was Robert G. Leckie vaak tussen de eerste soldaten die een plaats bereikten waar de Duitsers zich hadden teruggetrokken. Van nature en vanwege zijn functie beschikte hij over een uitzonderlijk geografisch geheugen. Hij schreef over een “Duitse uitgegraven schuilplaats vlak achter een 8 cm. mortierpositie aan de weg naar Gennep ten zuiden van de “2ML ‘Papenweg’ Basis “ tegenover het Reichswald”. (en plakte dat waarschijnlijk achterop het schilderij).  In die geul vond hij een schilderij van een oude man met een pijp, olieverf op hout.  Hij wikkelde het in een lap en bond het vast aan de zijkant van zijn jeep.

Toen de oorlog voorbij was stuurde hij het schilderij per schip naar zijn vader in Winnipeg, Manitoba (midden Canada). Toen de vader van Bob Leckie zelf uit Europa terugkwam bij zijn vrouw in Montreal (Z.O.Canada) stuurde zijn vader het schilderij naar hem door.  Het hing vanaf die tijd in het huis van de ouders van Bob Leckie.


Robert Garnet Leckie trouwde tijdens zijn opleiding tot soldaat in 1937/1938 met Doris Josephine Bedford (geboren in 1917). Ze hadden een lang en gelukkig huwelijk.


Pas in 2016 verliet moeder Doris dit huis om op 98-jarige leeftijd bij haar dochter in Californië te gaan wonen. Bij die gelegenheid gaf zij het schilderij door aan haar zoon Bob om het veilig te bewaren.

Zoals dat soms gaat had al die jaren niemand enig idee wie de schilder zou zijn, of wiens portret erop stond afgebeeld. Zelf kon de familie de handtekening niet goed lezen. Nu ging Bob Leckie ermee naar een expert die vaststelde dat het werd geschilderd door Van  Mourik en dat het mogelijk een zelfportret was. Het was/is 55 cm. lang met een variabele breedte van ongeveer 48,9 cm tot 49,4 cm. Na enig internet speurwerk kwam Bob terecht bij de website van de Stichting Jacques van Mourik in Mook. Hij nam contact op met mevrouw Pinckers- van Roosmalen, stuurde een foto van het schilderij mee en vroeg of zij meer informatie zou kunnen geven. Zo kwam er een uitgebreide e-mailwisseling tot stand waarvan dit verhaal een weergave is.


Ietje kon aan Bob meedelen dat de Stichting Jacques van Mourik juist deze zomer een expositie heeft met veel werk van Van Mourik zelf en dat er in het Gemeentehuis van Mook nog andere zelfportretten van hem te zien zijn. Hij maakte deze in elke fase van zijn leven. Bij een volgende rondleiding zal Ietje nu ook het opmerkelijke verhaal van Bob Leckie vertellen.

Zij schreef hem dat er goed gezorgd wordt voor de grote Canadese Erebegraafplaats bij Groesbeek en dat daar nog elk jaar op 4 mei ‘The Last Post’ klinkt tijdens een plechtige ceremonie.


Intussen had zij met  de andere bestuursleden van Stichting Jacques van Mourik besloten het verhaal van Bob Leckie over zijn vader aan de directeur van ‘Het Bevrijdings Museum’ in Groesbeek te vertellen. Dit museum is bezig met de organisatie van een tentoonstelling in het voorjaar van 2019 over kunstwerken die in de oorlog verloren gingen. Het nieuw-gevonden schilderij met het opmerkelijke verhaal zou daar mooi bij passen.


Bob Leckie kon Ietje blij maken met de mededeling, dat zijn moeder het schilderij aan de stichting wil schenken. Daarna is het aan Stichting Jacques van Mourik zelf te bepalen waar het het beste tentoongesteld kan worden. Zij zullen het erg waarderen als het schilderij onderdeel wordt van een tentoonstelling over in de oorlog verloren gegane kunst, of in een van de bevrijding door Canadezen, zoals zijn vader destijds.

Begin september 2018 komt hij met zijn vrouw naar Nederland om het schilderij persoonlijk over te dragen.


Bronnen/literatuur

-- E-mailwisseling tussen Ietje Pinckers en Bob Leckie. (april-mei 2018)

Oorlog over Mook (dagboek van pastoor  Jansssen)

-- Jan Labro, Ad Smijers,  Gerrit Thjssen (samenst.), In Swaeren Noodt (uitgegeven door  Stichting

   Heemkundekring De Grenssteen, 1994)

– H. Spruijt in Rond De Grenssteen nr. 1 (1987)

– Earle Birney, “The Road to Nijmegen” (1944/1945)